Advies voor het omgaan met artritis en reumatische aandoeningen op de werkvloer

Artritis en reumatische aandoeningen kunnen de manier waarop iemand zijn of haar werk uitoefent, beïnvloeden. Meestal kunnen werknemers wel aan de slag blijven met de steun van hun werkgever, aangepaste zorg en toezicht, en behandeling indien nodig.

Reumatische aandoeningen en aandoeningen aan het bewegingsapparaat (rheumatic and musculoskeletal disorders - RMD), waaronder de verschillende verschijningsvormen van artritis, zijn een reeks aandoeningen die vaak een impact hebben op de gewrichten, maar ook spieren, organen en andere weefsels aantasten. Deze aandoeningen treffen 1 op 4 personen (meer dan 120 miljoen mensen in de Europese Unie (EU)) en vertegenwoordigen bijna 30 procent van alle beperkingen in de EU. Met de vergrijzing van de bevolking zal dit percentage nog toenemen.

Bepaalde symptomen van RMD, zoals stijfheid, pijn en een verminderde weerstand, kunnen de uitvoering van specifieke taken op de werkvloer bemoeilijken. De ernst van de symptomen kan variëren, van licht ongemak tot ondragelijke pijn. De symptomen komen vaak sporadisch tot uiting en zijn ‘onzichtbaar’, waardoor het voor collega’s, leidinggevenden en werkgevers moeilijk is om te begrijpen wat de impact van de aandoening is op de uitoefening van het werk.

Meer info daarover op de website van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA): Werken met chronische aandoeningen aan het bewegingsapparaat – advies voor goede praktijken.

Aandoeningen, zoals osteoartritis en reumatische artritis, zijn progressief, dit wil zeggen dat de symptomen verslechteren doorheen de tijd. Als de symptomen ernstiger worden, dan zijn bijkomende aanpassingen op de werkvloer misschien nodig. De snelheid van deze achteruitgang hangt uiteraard af van de persoon in kwestie, zijn toestand en hoe hij ermee omgaat. Bijkomende aanpassingen kunnen hierdoor soms noodzakelijk zijn.

Wat kan men doen bij een diagnose van RMD?

Moet men de diagnose aan de werkgever meedelen? Een werknemer moet de werkgever niet inlichten als hij dit niet wenst, maar als hij niet aangeeft hoe het werk een impact heeft op de symptomen, weet de werkgever niet welke hulpmaatregelen hij kan nemen. Deze situatie kan tot gevolg hebben dat een werknemer ziek komt werken (presenteïsme). De werkgever is verplicht elke informatie over de gezondheidstoestand van een werknemer geheim te houden.

Als men ervoor kiest om de werkgever wel in te lichten, kan men dit best goed voorbereiden. Maak een afspraak en beslis wat men wil zeggen over hoe de aandoening het werk beïnvloedt, bij welke taken hulp vereist is en welke aanpassingen kunnen worden gedaan om het werk te vergemakkelijken.

Het is belangrijk om te leren hoe men zelf met de symptomen omgaat. De belangrijkste uitdagingen hierbij zijn pijn en vermoeidheid. Te weten komen wat de symptomen uitlokt, tijd nemen, ontspanning en slaapbeheer zijn enkele strategieën om het hoofd te kunnen bieden aan mogelijke werkgerelateerde problemen. Denk eraan de dagelijkse prioriteiten vast te leggen, regelmatig een bewegingspauze te nemen gedurende de werkdag en voldoende te sporten buiten de werkuren om ook op het werk mobiel te blijven.

Neem zeker ook contact op met de behandelende arts of fysiotherapeut om de werksituatie te bespreken en overweeg een ergotherapeut te raadplegen voor bijkomend advies. Deze experten kunnen met uw toestemming de werkgever rechtstreeks contacteren over de nodige ondersteuning. Gedeeld medisch advies kan namelijk helpen bepalen welke aanpassingen er nodig zijn.

Wat kan de werkgever doen om werknemers met RMD te ondersteunen?

Alle werkgevers moeten werknemers met medische aandoeningen ondersteunen. Werkgevers worden geacht redelijke voorzieningen te treffen voor werknemers met een beperking en rekening te houden met hun noden bij het beheren van beroepsrisico’s. Een positieve bedrijfscultuur en een open communicatie zullen werknemers de ruimte geven om hun gezondheidstoestand ter sprake te brengen en aan te geven welke ondersteuning zij nodig hebben.

Elk geval moet bij de eerste gelegenheid met de betrokken persoon worden besproken. Door met de werknemer over zijn of haar noden te spreken, wordt vaak duidelijk dat er slechts kleine ingrepen nodig zijn, bijvoorbeeld het voorzien van ergonomisch materiaal, het aanpassen van de werkuren of het wijzigen van taken om de nefaste effecten van een zittende of staande job weg te werken.

Bij meer fysieke arbeid is het vaak mogelijk een zware taak door een andere werknemer te laten verrichten en werknemers flexibel te laten omgaan met de invulling van hun takenpakket en de manier waarop zij ergonomische verbeteringen bedenken om de lasten te verlichten. Tenslotte kan men werknemers een functie met minder fysieke arbeid toevertrouwen waarbij hun vaardigheden tot hun recht komen, eventueel met omscholing. Dergelijke veranderingen moeten periodiek worden geëvalueerd om hun effectiviteit na te gaan en aangepast als de toestand verslechtert. Werknemers met een musculoskeletale aandoening (MSA) kunnen daarnaast tijd nodig hebben om doktersafspraken na te komen, zonder dat zij daarvoor een ziektedag moeten opnemen.

De werkgever heeft wellicht een aanzienlijke hoeveelheid tijd en middelen geïnvesteerd in de opleiding van de werknemer. Vanuit een zakelijk oogpunt is het logisch dat deze investering blijft lonen. Eenvoudige en goedkope strategieën kunnen de effecten van RMD op tewerkstelling verkleinen. Vroegtijdig ingrijpen en re-integratietrajecten verkleinen de kansen op langdurig ziekteverzuim.

Meer info

(Bron: EU-OSHA - Advice on managing arthritis and rheumatic disorders at work)