Hoge werkdruk in rusthuizen

In de rusthuizen lijdt bijna de helft van het personeel onder de hoge werkdruk. Bovendien vindt één op de twee z'n werk emotioneel belastend. Dat zijn alarmerende cijfers en die zijn ook opvallend hoger dan in de rest van de zorgsector.

Eén op de vijf rusthuizen kampt met personeelstekort

De oorzaak van de hoge werkdruk is niet enkel de lage personeelsnorm van de overheid, die met 13 personeelsleden per 30 zwaar hulpbehoevende bewoners een pak lager is dan bijvoorbeeld in de gehandicaptensector. Door de krapte op de arbeidsmarkt hebben veel rusthuizen het ook moeilijk om vacatures ingevuld te krijgen. Volgens de recentste rapporten van de Zorginspectie zitten 176 van de 814 gecontroleerde rusthuizen onder de wettelijke personeelsnorm.

Dat laat zich voelen: 49 procent van het rusthuispersoneel kampt met hoge werkdruk. Dat is meer dan het gemiddelde voor de zorgsector (42 procent) en fors meer dan algehele gemiddelde (38 procent). Dat blijkt uit de werkbaarheidsmonitor van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, een overlegorgaan van vakbonden en werkgevers. 47 procent van het personeel ondervindt ook 'emotionele belasting', terwijl het algemene gemiddelde maar 25 procent bedraagt.

De meesten zijn met passie en engagement in de ouderenzorg gestapt, maar ze botsen op de muur van werkdruk en krappe personeelsbezetting. Daardoor hebben ze geen tijd om de zorg te geven die ze eigenlijk zouden willen geven.

Vooral in de commerciële rusthuizen, ongeveer één derde van alle Vlaamse instellingen, is de frustratie groot. De gemiddelde factuur in een commerciële instelling ligt per maand ongeveer 200 euro hoger dan in de publieke voorzieningen. Voor een eenpersoonskamer betaal je gemiddeld 1.931 euro, tegenover 1.697 euro in de OCMW-rusthuizen en 1.797 euro in een vzw-rusthuis.

Kostenefficiënt personeelsbeheer

“Alles moet kostenefficiënt”, zegt kinesist Piet De Winter. “Vanuit de hoofdzetel wordt met theoretische modellen bepaald hoeveel personeel wordt ingezet. In de praktijk blijken die aantallen meestal te krap, waardoor veel kwaliteit en warmte verloren gaat. Het belangrijkste zijn de cijfers en de winsten, pas daarna komt het welbevinden van de mensen. Met de collega's doen we er alles aan om nog een minimum aan kwaliteit te bieden. Maar zodra een collega ziek valt of er gebeurt iets onverwacht, is de hele werking ontregeld.”

Om de negatieve spiraal te doorbreken, is volgens specialisten meer nodig dan enkel geld voor meer personeel. De zorgsector kampt met een negatief imago. De personeelsorganisatie zit ook vaak vast in regeltjes en procedures. Bepaalde taken mogen enkel door een verpleegkundige worden uitgevoerd, terwijl een zorgkundige dat evengoed kan, zoals medicatie uitdelen en oogdruppels toedienen.

Voor heel wat tijdrovende diensten is helemaal geen zorgkundige opleiding nodig, zoals het ontwaakmoment, het openen van de gordijnen, de bewoner uit bed helpen, de rolstoel duwen... Daar is er een categorie van medewerkers tekort, die wel de competenties hebben, maar niet per se het diploma. Zo zouden de verpleeg- en zorgkundigen zich kunnen toeleggen op de taken waarvoor ze hun opleiding echt nodig hebben. Dat zou helpen om de zorg te verbeteren.

(Bron: Het Nieuwsblad, 20 januari 2020)