Poetsvrouwen en -mannen riskeren veel meer fatale longziekte

Schoonmakers overlijden vaker aan longziekten dan bedienden en kaderleden. Dat heeft wellicht te maken met de inademing van chemische poetsmiddelen, schimmels en stof.

Bijna 200.000 mannen en vrouwen poetsen in huizen en kantoren of ontsmetten met grof geschut de industrie. Maar terwijl zij de wereld properder maken, plegen ze wel een aanslag op hun eigen lichaam.

Onderzoek naar de doodsoorzaak

Doctoraatsstudente Laura Van Den Borre aan de vakgroep sociologie van de VUB brengt in haar studie aan het licht dat schoonmakers vaker overlijden door bepaalde ziekten dan bedienden en kaderleden. Ze vertrok van de hele werkende Belgische bevolking in 1991 tussen 30 en 60 jaar. Tot 2011 bekeek ze wie intussen overleed en wat de doodsoorzaak was. In totaal analyseerde ze 202.339 overlijdens bij mannen en 58.592 bij vrouwen.

Daaruit blijkt dat mannelijke schoonmakers in die periode 45 procent vaker overleden dan bedienden en kaderleden. Bij poetsvrouwen gaat het om een verhoogd sterfterisico van 16 procent. Grote boosdoeners zijn de longziekten.

Vooral chronische longaandoeningen als bronchitis en longemfyseem (waarbij longblaasjes verloren gaan) spannen de kroon. In de onderzochte periode stierven schoonmakers dubbel zo vaak aan die ziekten in vergelijking met bedienden. Ook na de effecten van roken eruit te filteren, blijven de verschillen groot.

Longziekten door poetsmiddelen in combinatie met stof en schimmels

De precieze oorzaak heeft Van Den Borre niet onderzocht, maar internationaal onderzoek heeft al uitgewezen dat er een effect is van chemische poetsmiddelen en biologische stoffen als stof en schimmels op de longen. Nu is er ook een duidelijke link tussen schoonmaken en sterfte.

Opvallend is wel dat de effecten het grootst zijn bij huishoudhulpen, want men zou denken dat het in de industriële schoonmaak erger zou zijn, omdat daar straffere middelen worden gebruikt. Aan de andere kant zijn de poetsmiddelen die men thuis gebruikt, berekend op een normaal gebruik van pakweg twee keer per week. Maar poetshulpen worden er meermaals per dag aan blootgesteld.

(Bron: artikel van Jens Vancaeneghem, De Standaard, 25 augustus 2017)