Prevalentie van MSA - feiten en cijfers

Miljoenen werknemers in Europa lijden aan musculoskeletale aandoeningen (MSA), maar de prevalentie van deze aandoeningen varieert sterk tussen werknemers, beroepen, sectoren, landen en zelfs tussen werkposten en per bedrijfsgrootte. Informatie is noodzakelijk om na te gaan wie het grootste risico loopt opdat doelgerichte preventiemaatregelen kunnen worden genomen.

Waarom komen MSA zo vaak voor?

MSA zijn de meest voorkomende werkgerelateerde gezondheidsproblemen bij werknemers in de Europese Unie (EU). Ongeveer drie op vijf werknemers in de EU lijden aan deze aandoeningen.

De bewezen redenen hiervoor en voor de variaties in de prevalentie zijn:

  • het vaak voorkomende en toenemende repetitieve werk en het tillen van zware lasten (vastgesteld in 54% van de ondernemingen in 2019 t.o.v. 47% in 2014) (Derde Europese bedrijvenenquête over nieuwe en opkomende risico's (ESENER 3));
  • nieuwe en opkomende risicofactoren, zoals lang zitten (in 59% van de ondernemingen) en psychosociale factoren, zoals werkgerelateerde stress, nemen steeds vaker toe;
  • nieuwe risico's door nieuwe technologieën, nieuwe werkprocessen en nieuwe manieren van werkorganisatie;
  • demografische factoren, zoals de vergrijzing van de EU-bevolking (stijging van 21% in 2014 tot 26% in 2019);
  • volksgezondheidsproblemen, zoals obesitas en te weinig beweging.

Er zijn verschillende factoren die bijdragen aan werkgerelateerde MSA, zoals fysieke en biomechanische factoren, organisationele en psychosociale factoren, en individuele factoren. Deze kunnen los van elkaar of in combinatie voorkomen. Bij de beoordeling van werkgerelateerde MSA moet dus rekening worden gehouden met de blootstelling aan een combinatie van risicofactoren.

De risicofactoren van MSA treffen niet alle werknemers op dezelfde manier

Sommige variaties in de prevalentie van MSA kunnen worden verklaard aan de hand van sociodemografische factoren. Zo worden MSA vaker gemeld door vrouwen, oudere werknemers en laaggeschoolden.

Er zijn ook grote variaties tussen sectoren, aangezien handarbeiders vaker lijden aan MSA. Zo komen MSA vaker voor in bijvoorbeeld de bouw- en landbouwsector. Het aandeel werknemers dat zegt last te hebben van rugpijn, bedraagt 52% in de bouwsector en 60% in de landbouwsector, terwijl het Europese gemiddelde 46% bedraagt. MSA worden het minst gemeld bij financiële activiteiten en verzekeringen en in de onderwijs-, kunst-, vermaak- en recreatiesector. [Work-related musculoskeletal disorders: prevalence, costs and demographics in the EU, p. 54]

De grootte van een onderneming heeft ook een direct effect op de ontwikkeling van MSA, zoals rugpijn: hoe groter de onderneming, hoe meer er preventieve maatregelen voorhanden zijn. In ondernemingen met meer dan 250 werknemers heeft 92% toegang tot ergonomische werkuitrusting. Dit aandeel daalt tot 70% voor ondernemingen met 10 tot 49 werknemers en zelfs tot 59% voor micro-ondernemingen (5 tot 9 werknemers). Er is dus nood aan meer ondersteuning voor KMO's en hun werknemers. [Arbeidsgerelateerde spier- en skeletaandoeningen: statistieken]

Ook de verschillen tussen de EU-landen zijn aanzienlijk. Het aandeel werknemers dat MSA-gerelateerde klachten als ergste probleem aangeeft, bedraagt 40% in Luxemburg en maar liefst 70% in Tsjechië en Finland. Er zijn ook verschillen tussen de landen over de beschikbaarheid van programma's voor herintegratie en werkhervatting. Deze zijn bijvoorbeeld toegankelijk voor 95% van de Zweedse werknemers, maar slechts voor 19% van de werknemers in Estland. [Work-related musculoskeletal disorders: prevalence, costs and demographics in the EU, p. 21]

(Bron: Healthy Workplaces Campaign Newsletter 2)