Waaraan moet een online risicoanalyse tool voor KMO’s voldoen?

Een onderzoek van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (EDPBW) Mensura toont aan dat er nood is aan goede online risicoanalyse tools voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s). Digitale hulpmiddelen moeten klantvriendelijk zijn om een positief effect te hebben op het welzijn van de medewerkers. In dit artikel vindt u een toelichting over dat onderzoek, de andere onderzoeken die deze stelling bijtreden, wat algemene informatie rond risicoanalyses en andere initiatieven ten voordele van KMO’s.

Het onderzoek

In het kader van haar eindwerk voor preventieadviseur niveau 1, onderzocht Karoline Van Sprundel of de ‘Online Interactive Risk Assessment’ (OiRA) tool voor kappers doelmatig is om die KMO-sector meer en beter bij het welzijn te kunnen betrekken.

Volgende vragen werden getoetst:

  • Waaraan moet een online tool voldoen om gebruikt te worden én die wettelijk in orde is?
  • Is de OiRA-kappers tool bruikbaar en nuttig?

Links naar:

De resultaten

  1. Een online tool voor KMO’s is bruikbaar als ze:
  • overzichtelijk en beknopt is
  • te gebruiken is met een minimaal uit te voeren handelingen
  • tijdens het bedrijfsbezoek in samenspraak met de klant of helemaal zelfstandig kan worden ingevuld
  • primair voldoet aan: cognitieve ergonomie, gebruiksgemak en snelheid van invullen
  • actieplannen bevat die snel, concreet en praktisch toepasbaar zijn
  • pasklare preventiemaatregelen beschrijft.
  1. Een online tool voor KMO’s werkt effectief als ze:
  • gratis is
  • eenvoudig en gebruiksvriendelijk is
  • goede voorbeelden bevat
  • de risico’s automatisch omzet in een helder actieplan
  • ook met pen en papier kan worden gebruikt
  • aangepast is aan de voorkomende risico’s.

Lees het onderzoeksrapport: Onderzoek naar een toekomstgerichte online beleidstool in het kader van het KB Externe Diensten uitgewerkt voor de kapperssector (PDF)

Meer info op de website van Mensura: Waar moet een online tool voor risicoanalyse aan voldoen?

Andere onderzoeken

De hoger vermelde resultaten liggen in lijn met ander onderzoek in Nederland.

In een TNO rapport van 2011 komt men tot soortgelijke conclusies: Vervolg veiligheidscultuurinventarisatie: Eisen waaraan instrumenten voor het MKB moeten voldoen (PDF)

Landbouw, transport, bouw, horeca en metaal werden als sector bekeken. Van belang is dat de instrumenten passen binnen de taal en de cultuur van de sector en dat er een aantal specifieke kenmerken zijn per sector waarmee men rekening moet houden bij het ontwikkelen, invoeren en toepassen van een instrument.

Eisen aan de instrumenten die gelden voor alle sectoren zijn:

  • Effectiviteit
  • Toepasbaarheid
  • Interne uitvoerbaarheid
  • Geschiktheid.

Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat kansrijke bestempelde instrumenten niet bekend zijn bij andere partijen of sectoren. Het genereren van meer bekendheid en kennisuitwisseling over specifieke instrumenten is het meest zinvol.

Ook een vroegere Nederlandse studie van 2001 heeft soortgelijke conclusies: Hulpstructuren voor de bevordering van arbozorg in kleine bedrijven: Succesvolle voorbeelden van arbokennis-transfer op branche niveau (PDF)

Algemene conclusies in die studie met betrekking tot het ondersteuningsaanbod hebben betrekking op:

  • Belang van continuïteit
  • Breedte van het ondersteunende aanbod
  • Wensen van doelgroep en de rol van werknemers
  • Functioneren van de kennisinfrastructuur.

De aanbevelingen voor de sectoren of brancheorganisaties zijn opgehangen aan een viertal logische stappen bij de ontwikkeling en het toepassen van een hulpstructuur voor kleine bedrijven:

  • de marktverkenning
  • de ontwikkeling van de hulpstructuur
  • de verspreiding en het bereik van de hulpstructuur
  • aandacht voor evaluatie, nazorg en continuïteit.

Uiteraard dient men goede randvoorwaarden te creëren.

Uit de Nederlandse studies blijkt dus dat rond digitale risico-identificatie en -evaluatie (RIE) toch enkele kanttekeningen kunnen worden gemaakt. In het artikel “De digitale RI&E” is men eerder positief rond digitale RIE, want makkelijker voor het updaten, het opvolgen van maatregelen en het genereren van rapporten.

De OiRA’s in Frankrijk zijn samen ontwikkeld met preventieactoren en beroepsorganisaties. Zowel een papieren als een elektronische versie zijn beschikbaar. Meer info: Outils OiRA d’évaluation des risques pour les TPE

Op 20 oktober 2014 was er een expert workshop in Parijs over e-tools. Meer info: https://osha.europa.eu/en/oshnews/paris-expert-workshop-on-e-tools-summary

Vermeldenswaardig is tenslotte de eigen zienswijze van Jan Dillen over risicoanalyse: De moeilijke relatie tussen risico-identificatie en -evaluatie en de handhaving (PDF)

Betrokkenheid van de sectoren in Nederland bij het belang van risicoanalyse

Enkele goede voorbeelden van zelfregulering van Nederlandse sectoren vindt u in dit document van 2014: Kwalitatieve analyse Zelfregulering Gezond en Veilig Werken (PDF)

Ook het Nederlands Actieplan Arbeidsveiligheid, dat eind december 2012 is afgerond en gericht was op het verhogen van het veiligheidsbewustzijn en het bevorderen van veilig gedrag en cultuur op het werk, kan nuttige ideeën geven. Bekijk het you-tube filmpje van de eindconferentie daarover: Slotconferentie Verder met Veiligheidscultuur

Een ander initiatief was de week van de RIE dat tussen 15 en 19 juni 2015 voor de eerste keer in Nederland doorging: Over de Week van de RI&E.

Ook de RIE gebruikersdagen van bepaalde sectoren om ervaringen uit te wisselen zijn nuttig in dit kader.

Nieuwe wetgeving

De vernieuwde aandacht voor KMO’s kadert ook in recente wetgeving, zoals het koninklijk besluit (KB) van 24 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk wat betreft de tarifering.

In dat nieuwe KB moeten de EDPBW actief aan risico-analyses meewerken (art. 13/3, §1). Daarin wordt ook verwezen naar gestandaardiseerde werkwijzen, waaraan 5 voorwaarden verbonden zijn. De prestatie wordt geacht geleverd te zijn, indien er een gestandaardiseerde werkwijze wordt gehanteerd die:

  • voor één of meerdere sectoren of voor bepaalde functies werd ontwikkeld en door de sociale partners van de betrokken sector werd goedgekeurd en vervolgens aan de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg werd gemeld
  • resulteert in een instrument dat toelaat ten minste de resultaten van de risicoanalyse, de te nemen preventiemaatregelen, de vereiste kwalificaties en opleiding en de verplichtingen inzake gezondheidstoezicht vast te stellen op het niveau van de organisatie in haar geheel en op het niveau van elke groep van werkposten of functies
  • bijdraagt tot het opstellen van het beleidsadvies
  • minstens driejaarlijks wordt geactualiseerd of aangevuld, evenals bij belangrijke wijzigingen aan functies of werkposten waarvan de werkgever de externe dienst op de hoogte brengt
  • indien nodig wordt aangevuld met een benadering tot op het niveau van het individu.

Meer info