Schriftelijke getuigenissen

De leden van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk werden geraadpleegd en kregen drie vragen in verband met het 25-jarig bestaan van de wet.

Hieronder volgen de ontvangen antwoorden:

Wat waren voor u de belangrijkste momenten?

Geert De Smet (Co-Prev)

De belangrijkste 2 momenten waren voor mij gewoonweg de publicatie van de wet en (helaas veel later) de Codex. Het ARAB was in 1996 ongeveer 40 jaar oud en een modernisering was toch wel aan de orde.

Dit gezegd zijnde beschouw ik de Welzijnswet op zich niet als iets nieuw in België, maar eerder als een noodzakelijke “update” van wat destijds reeds bestond.

Er werden dan wel belangrijke vernieuwingen geïntroduceerd: de benaming “preventieadviseur” die duidelijk maakt dat de functie een adviserende functie van de bedrijfsleiding is (alhoewel anderzijds preventie op heel wat thema’s kan slaan, een andere mogelijkheid die misschien nog beter de lading dekt was misschien “adviseur arbeidsomstandigheden” of iets vergelijkbaars kunnen zijn) en het ontstaan van multidisciplinaire externe diensten voor preventie en bescherming op het werk als opvolgers van de toenmalige interbedrijfsgeneeskundige diensten.

Chris Botterman (Boerenbond)

De start van de welzijnswet op 4 augustus 1996: Voor het eerst was er een geüniformeerde wetgeving die de (op dat moment relevante) wetgeving bundelde en waarnaar teruggegrepen kon worden door allerhande actoren actief binnen het domein welzijn. In deze vorm werden voorgangers, zoals veiligheidswet en losse ARAB-onderdelen, samen opgenomen.

De evolutie van een ARAB-welzijnswet naar een Codex-wetgeving: Vanaf 28 april 2017 werden verschillende verouderde bepalingen geschrapt, kregen de verschillende zaken een nieuwe nummering en werd de wetgeving herwerkt tot 10 verschillende boeken.

De grootste aanpassing lag echter in het feit dat de wetgeving niet langer een middelenwetgeving was, maar veranderde in een doelwetgeving. Dit houdt in dat er minder technische richtlijnen ter beschikking zijn, dus minder houvast voor de preventieverantwoordelijken, maar anderzijds is er een ruimere interpretatie mogelijk om tot hetzelfde veiligheidsniveau te komen in een onderneming.

Mikail Avci (ACLVB)

De omzetting van alle regels uit oude reglementeringen (zoals ARAB) naar de Codex waarbij het evolueerde van een weinig geordend geheel naar een overzichtelijk en gestructureerd werk.

Belangrijk was ook de evolutie van het gezondheidstoezicht doorheen de jaren en de implementatie van een aantal nieuwe opdrachten voor de externe diensten.

Dit alles resulteerde in een steeds verbeterend preventiebeleid in de ondernemingen.

Kris Van Eyck (ACV)

  • De modernisering van het voorkomingsbeleid, de koppeling van een systeem van risicoanalyse aan een planning van de preventie op middellange termijn (dynamisch risicobeheersingssysteem)
  • De omzetting van een hele reeks Europese Richtlijnen, die onze wetgeving rond specifieke risico’s versterkte.
  • De invoering van de multidisciplinaire aanpak in het welzijnsbeleid, waardoor meer aandacht werd geschonken aan andere dan louter veiligheidsrisico’s.
  • De invoering van een uitgebreid wettelijk kader rond psychosociale risico’s.
  • Het continue en constructieve overleg over de welzijnsthema’s binnen de hoge raad. Dit overleg heeft het mogelijk gemaakt om in crisissituaties met gemeenschappelijke standpunten naar buiten te kunnen treden (coronacrisis)

Stéphan Lepoutre (CSC)

Alle activiteiten in verband met psychosociale risico's zijn belangrijke momenten geweest, in de Hoge Raad, in de commissies van de NAR, in de commissies die de studies en onderzoeken in opdracht van de FOD begeleiden.

En vooral de talrijke vakbondsvergaderingen en opleidingssessies waar de afgevaardigden samen uitging gaven aan de schade aan de geestelijke gezondheid van hun collega's (en zichzelf), veroorzaakt door de arbeidsorganisatie en -omstandigheden, en die analyseerden.

Thomas Gérard (expert welzijn CSC fédération Liège-Verviers-Ostbelgien)

  • De bevordering door de FOD van de participatieve methode SOBANE
  • De oprichting van Beswic als gids van goede praktijken en concrete tools
  • De uitbreiding van de term PSR in 2014

Jos Wouters (welzijnsdeskundige Christelijke OnderwijsCentrale (COC) van het ACV (secundair en hoger onderwijs))

De uitwerking van de KB’s in verband met pesten, geweld en ongewenst seksueel gedrag op het werk en de latere constructievere herzieningen naar de huidige preventie van psychosociale aspecten. Eindelijk werd een problematiek die alle en zovele mensen treft op het werk en zoveel slachtoffers maakt, aangepakt.

Anh Thuong Huynh (expert welzijn ACV-CSC-METEA)

  • De dermate trage evolutie van de risicoanalyse, maar ook de rijkdom van de aanpak, meer onderwerpen worden behandeld met het nadeel dat de essentie wordt vergeten
  • De filosofie (spijtig genoeg) is misschien meer gericht op human resource management dan op human relations management.

Marc De Wilde (Confederatie bouw)

4 augustus 1996 was op zich misschien wel het belangrijkste moment. Want door de vernieuwende visie en inhoud van de Wet op het Welzijn, kon het wat ouderwetse en achterhaalde ARAB vervangen worden door de veel ruimere, inclusievere en meer doelgerichte uitvoeringsregels in de boeken van de Codex.

Voor mij persoonlijk was Batibouw 2019 eigenlijk wel een belangrijk moment, toen de Confederatie de campagne “Safety My Priority” startte. Toch wel vernieuwend, een werkgeversorganisatie die zelf het initiatief nam om haar lidbedrijven te gaan sensibiliseren en overtuigen om maximaal in te zetten op veiligheid en in ruimere context “welzijn” van hun werknemers.

Meer welzijn op de werkvloer begint immers bij mindset: investeren in veiligheid loont!

FGTB

De pandemie van het coronavirus was ongetwijfeld het belangrijkste moment van de afgelopen 25 jaar. Deze crisissituatie heeft het grote belang aangetoond van coördinatie en samenwerking tussen alle actoren die betrokken zijn bij de preventie en bescherming op het werk en van de invloed van de sociale dialoog op alle niveaus bij de handhaving en verbetering van de arbeidsomstandigheden. 

De coronaviruscrisis heeft ook aangetoond dat het hele arsenaal aan wetgeving inzake gezondheid, veiligheid en welzijn op het werk een belangrijk instrument is om de bescherming van de lichamelijke en geestelijke gezondheid van werknemers te waarborgen. De toepassing van de algemene preventiebeginselen heeft in deze context uiteraard haar volle betekenis gekregen.

Hoe ziet u de toekomst van welzijn op het werk, van de welzijnswetgeving (vooruitblik, wat zijn de uitdagingen die op ons afkomen)?

Geert De Smet (Co-Prev)

De onderwerpen die belangrijk zijn in het kader van welzijn op het werk zijn al sterk geëvolueerd: naast arbeidsveiligheid, arbeidshygiëne en gezondheid ontwikkelden zich andere specialiteiten zoals ergonomie en psychosociale aspecten.

Het belang van deze nieuwe disciplines groeit omdat ook de arbeidsomstandigheden sterk gewijzigd zijn en nog verder zullen wijzigen. Denken we hier aan allerlei “statuten” van werknemers die afwijken van het klassieke patroon (bijvoorbeeld allerlei “return to work” statuten, vrijwilligerswerk, meer zelfstandigen,…) en aan wijzigende werkgewoontes, zoals tijds- en plaatsonafhankelijk werken.

De reglementering zal zich ook sneller dan in het verleden moeten kunnen aanpassen aan wijzigende arbeidsomstandigheden. We zullen daarbij moeten opletten niet opnieuw te evolueren naar een wetgeving vol met regeltjes “per situatie”. Persoonlijk geloof ik meer in een evolutie naar een afgeslankt en ruim gedefinieerd wettelijk basiskader, aangevuld met richtlijnen en goede praktijken.

Chris Botterman (Boerenbond)

De toekomst van welzijn op het werk zal verder evolueren door de integratie van de resterende ARAB-artikelen in de Codex, waardoor er een uniforme wetgeving kan ontstaan die alle aspecten van arbeidsveiligheid omvat en alle onderwerpen terug te vinden zijn in ‘de Codex’.

Verder zullen er steeds nieuwe onderwerpen geïntegreerd moeten worden om in te spelen op de steeds veranderende maatschappij en dus ook tewerkstelling. Recente voorbeelden zijn onder andere thuiswerk en de daar bijhorende problematieken.

Een voorbeeld van een uitdaging die op ons afkomt is de taak van de externe diensten op het niveau van een kleine onderneming. Tot op heden is de wisselwerking tussen externe dienst en kleine werkgever (tewerkstelling <20 VTE) dikwijls ontoereikend en wordt de bedrijfsleider onvoldoende ondersteund door zijn externe dienst.

Recente aanpassingen aan de wetgeving zal in praktijk leiden tot een verbetering, maar verdere verhoging van de efficiëntie zal zich opdringen. Het zijn met name de kleine ondernemingen die de meeste bijstand nodig hebben, aangezien ze meestal niet de geschikte profielen in huis hebben om het veiligheidsbeleid op een acceptabel niveau te krijgen in tegenstelling tot de grotere bedrijven.

Mikail Avci (ACLVB)

De globalisering brengt ook op welzijnsbeleid een aantal uitdagingen met zich mee.

Denken we maar aan het preventiebeleid over de grenzen heen en de implementatie van alle internationale en Europese regelgevingen.

We moeten echter ook aandachtig blijven voor de KMO's waar de werknemers niet altijd de syndicale vertegenwoordigingen hebben en waar het preventiebeleid verstikt wordt door een productiebeleid zonder rekening te houden met de noden van de werknemers.

Hierbij dient ook bijzondere aandacht te gaan naar het psychosociaal welzijn dat alsmaar een groter aandeel vormt in het welzijnsbeleid.

Naast een fysische gezondheid bestaat er ook een mentaal welzijn (sana mens in sane corpore) en in de oudheid wist men dit al....

Kris Van Eyck (ACV)

We zouden hier kunnen verwijzen naar de prioriteitennota en de standpunten van de vakbonden in deze. Toch enkele uitdagingen:

  • De bescherming van alle werknemers en (schijn)zelfstandigen in een steeds wijzigende en flexibeler wordende arbeidsmarkt.
  • De nieuwe arbeidsvormen, zowel op technologische als organisatorisch vlak
  • De belangrijkste oorzaken van ziekte door het werk en langdurige afwezigheid op het werk zijn nog steeds de psychosociale en ergonomische risico’s.
  • De verdere ondersteuning en versterking van het sociaal overleg inzake welzijn op alle niveaus
  • De blijvende investering in en versterking van het personeel van de FOD Waso, zowel wat betreft beleidsvoorbereiding, onderzoek, sensibilisatie als de controle op de arbeidsplaats
  • De betere toepassing van het wettelijk kader van de Wet Welzijn en de Codex op de werkvloer. De mooie theorie ook daadwerkelijk in de praktijk brengen en de bescherming van werknemers versterken. Door het verregaande omzetten van de middelenwetgeving naar een doelstellingenwetgeving is het voor veel werknemers en werkgevers moeilijker geworden om de wetgeving toe te passen. Werken aan gestandaardiseerde vormen van risicoanalyse, kant en klare preventieplannen voor specifieke risicosituaties en een betere informatie en opleiding van werknemers en werkgevers zijn hierbij essentieel

Stephan Lepoutre (CSC)

Een belangrijke uitdaging voor de gezondheid en veiligheid op het werk ligt enigszins buiten de wetgeving inzake welzijn op het werk met name in het statuut van de werknemers.

De toename en uitbreiding van precaire statuten (uitzendarbeid, schijnzelfstandigen, werk voor digitale platforms, enz,), de flexibilisering van overeenkomsten en het voortbestaan van veel zwartwerk (waaronder dat door mensen zonder papieren) dwingen deze werknemers steeds grotere risico's te nemen om hun onzekere bron van inkomsten in stand te houden.

Veiligheid en gezondheid op het werk vereisen ook een herregulering van de contractualisering van de arbeid. De preventiefilosofie moet leiden tot het stabiliseren en veiligstellen van de arbeidsovereenkomsten.

Thomas Gérard (expert welzijn CSC fédération Liège-Verviers-Ostbelgien)

  • Herbevestiging van de grondbeginselen
  • Resultaatsverbintenis en verantwoordelijkheid van de werkgevers
  • Voorzorgsbeginsel m.b.t. nieuwe substanties of nieuwe producten
  • De impact van de digitalisering op de arbeidsomstandigheden
  • De impact van hormoonontregelende stoffen op de gezondheid van de werknemers
  • Herzien van de wetgeving over de PSR waarbij vooral benadrukt moet worden dat deze wetgeving een echte bescherming moet zijn voor de slachtoffers van PSR (zie argumentering ACV)
  • De welzijnswetgeving praktischer en duidelijker maken door te voorzien in concrete documentmodellen
  • De verplichting dat alle werkgevers de basisopleiding preventieadviseur hebben gevolgd

Jos Wouters (welzijnsdeskundige Christelijke OnderwijsCentrale (COC) van het ACV (secundair en hoger onderwijs))

In mijn toekomst wordt welzijn op het werk gekenmerkt door de band van betrokkenheid met iedereen op de werkvloer.

Door de verbondenheid vinden we iedereen op de werkvloer zo belangrijk vinden dat we ernaar streven dat ieder op het werk zich fysiek en psychisch in zijn /haar sas, gesteund zal voelen.  Verbondenheid wordt het doel van arbeidswelzijn en niet meer het vermijden van risico’s.

Anh Thuong Huynh (expert welzijn ACV-CSC-METEA)

  • De digitalisering op de werkplek moet voortdurend in het oog worden gehouden: nieuwe technologieën worden zo snel toegepast dat ook de ontwikkeling van de wetgeving moet worden aangepast.
  • Wij ontmoeten nu meer jonge werknemers met een burn-out dan vroeger: zij willen niet meer werken in organisaties die hen kapot maken. Zij die voldoende ervaring hebben, weten hoe zij zich moeten heroriënteren, maar de anderen blijven te vaak aan de zijlijn staan: de bedrijfscultuur als prioritaire analysefactor van het welzijn op het werk.
  • Het is hoog tijd dat we afstappen van human resource management en terugkeren naar human relations management. Welzijn op het werk moet gepaard gaan met waardering en erkenning van mensen; als we dit niet centraal stellen in het debat kunnen we jaren gorgelen maar de werknemers zullen blijven lijden onder hun werk. De werknemer moet in het middelpunt van de belangstelling en in zijn globaliteit komen te staan, niet alleen met zijn arbeidsvermogen, maar met zijn lichaam, zijn geest, zijn creativiteit, zijn aspiraties als menselijk vermogen.

Marc De Wilde (Confederatie Bouw)

We zien de laatste jaren steeds meer economische globalisering en internationalisering van de arbeidsmarkt. Deze arbeidsmigratie biedt mogelijkheden maar brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee.

In sommige landen hinkt de veiligheidscultuur nog achterop en noodzakelijke communicatie wordt vaak bemoeilijkt door taalbarrières tussen de verschillende nationaliteiten die op de Belgische arbeidsmarkt actief zijn.

FGTB

De pandemie heeft ons ook heel duidelijk opnieuw gewezen op wat we al wisten:

  • het gebrek aan menselijke en financiële middelen bij de diensten voor gezondheid en veiligheid op het werk,
  • de traagheid bij het op geharmoniseerde en gecentraliseerde wijze verzamelen van gegevens over beroepsmatige blootstelling,
  • het tekort aan deskundigen op het gebied van de preventie van psychosociale en ergonomische risicofactoren, de belangrijkste oorzaken van langdurige arbeidsongeschiktheid,
  • de absolute noodzaak om de diensten voor arbeidsgeneeskunde te versterken, met name met verpleegkundigen die zijn opgeleid en gekwalificeerd op het gebied van gezondheid op het werk, en de noodzaak om de middelen te verschaffen voor het organiseren van dynamische multidisciplinaire analyses van de risicofactoren op het werk, zowel in grote als in kleine ondernemingen.

Zoals artikel 5 van de wet bepaalt, moeten de arbeidsorganisatie en de werkmethoden van die aard zijn dat het werk aan de mens wordt aangepast, en zeker niet andersom. Dit is van essentieel belang om duurzame en houdbare loopbanen te garanderen zonder nadelige gevolgen voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de werknemers.

Het huidige wetgevingskader moet worden geactualiseerd om te anticiperen op veranderingen in de arbeidswereld, nieuwe vormen van arbeidsorganisatie, digitale technologie, de gevolgen van de globalisering en de opwarming van de aarde.

Deze actualisering, die uiteraard het behoud van de sociale verworvenheden van alle werknemers moet garanderen, zal het ook mogelijk maken de communicatie tussen de verschillende actoren op gezondheidsgebied te verbeteren en werkorganisaties die schadelijk en schadelijk zijn voor de gezondheid van de werknemers op korte, middellange en lange termijn actief te voorkomen.

De pandemie heeft ook sociale ongelijkheden op het gebied van gezondheid en veiligheid tussen verschillende groepen werknemers aan het licht gebracht. Deze kloof tussen de bevoorrechten en de minder bevoorrechten was er al, maar is nu aanzienlijk breder geworden.

De minst bevoorrechte sectoren, die nochtans van essentieel belang waren en in de vuurlijn stonden tijdens de hele Covid-crisis, zijn de sectoren die voornamelijk vrouwen tewerkstellen. Sectoren waarvan de werknemers, en dus vooral de vrouwelijke werknemers, hun arbeidsomstandigheden hebben zien verslechteren, hun blootstelling aan risicofactoren hebben zien toenemen, hun werklast hebben zien toenemen en hun loon op een veel te laag niveau hebben zien stagneren.

Hun sociale erkenning verbeterde voor een tijdje, maar het vervaagde zeer snel.

Laten we daarom hopen samen om te bouwen aan de toekomst van welzijn op het werk voor alle werknemers en dit op basis van de lessen van de huidige crisis. Laten we hopen dat niemand van ons achterblijft en dat solidariteit primeert.

Wij zijn verheugd de verjaardag te vieren van de wetgeving inzake welzijn op het werk, een wetgeving die wij nog steeds zeer sterk, zeer beschermend en in overeenstemming met de huidige en toekomstige realiteit van de arbeidswereld willen zien.

Hebt u een interessante anekdote te vermelden in dat verband?

Kris Van Eyck (ACV)

De acties van het ACV in het kader van 28 april blijven me steeds bij als belangrijke momenten waarop we het welzijn op het werk aandacht konden geven in de nationale en regionale pers.

Ik herinner me bijvoorbeeld een syndicale actie met de drie vakbonden over de reprotoxische stoffen. We bezochten met drie hoogzwangere vakbondsmilitanten de toenmalige minister van werk met de vraag deze stoffen op te nemen in onze wetgeving kankerverwekkende stoffen, met succes.

Of de actie met 100 bedden aan de fod Waso om slachtoffer van de dodelijke arbeidsongevallen te herdenken.

Of, wat verder terug in de tijd (eind jaren ‘9O) de actie waarbij we voor het ministerie van werk in de Belliardstraat met 200 olievaten een muur bouwden om aandacht te vragen voor een betere bescherming tegen gevaarlijke stoffen.

Dit soort acties en andere initiatieven zijn nodig om welzijn op het werk hoog op de politieke agenda te houden.

Stephan Lepoutre (CSC)

Het lange, vervelende maar onontbeerlijke werk ter voorbereiding van het advies van de Raad van Bestuur over de Welzijnscodex, eerst in 2008 en vervolgens in 2015 voor de definitieve versie, zal ongetwijfeld in het geheugen blijven gegrift van allen die eraan hebben meegewerkt.

Maar wat mij het meest is bijgebleven, is de kwaliteit van de samenwerking met de leden van de verschillende teams van het AD Humanisering en het Toezicht op het welzijn op het werk.

Jos Wouters (welzijnsdeskundige Christelijke OnderwijsCentrale (COC) van het ACV (secundair en hoger onderwijs))

Geen echte anekdote, maar toch interessant om te melden: Steeds weer de constructieve houding van de sociaal inspecteurs van TWW!  Het zijn schatten van mensen, jammer dat ze met zo weinig zijn. :-)

In de praktijk

  • Gids
    Gids
    COVID-19

    Aangepaste versie van de generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan

    De generieke gids bevat noodzakelijke principes en maatregelen om ondernemingen toe te laten om veilig te werken door besmettingen op het werk maximaal te vermijden.
  • coronavirus
    coronavirus
    Biologische agentia / Risicoanalyse

    Coronavirus: checklist preventie op de werkvloer

    Een mogelijke besmetting met het coronavirus vormt op de werkvloer een arbeidsrisico waar de werkgever zijn werknemers tegen moet beschermen. Om dat risico te evalueren heeft de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD Werkgelegenheid) een checklist voor zelfcontrole...
  • Musculoskeletale aandoeningen (MSA)

    Blijf in beweging: omgaan met zittend werk om aandoeningen aan het bewegingsapparaat te voorkomen

    Langdurig staan of zitten op de werkplek komt erg veel voor, maar is slecht voor de gezondheid van werknemers. Wat kunnen werkgevers doen om de risico’s daarvan te beheersen?
  • Arbeidsplaatsen / COVID-19

    Ventilatie tijdens de coronacrisis: informatievideo en sensibiliseringsfilmpje

    Goed ventileren is noodzakelijk voor een gezond binnenklimaat. Het helpt vooral om de overdracht van virussen, zoals het coronavirus, te beperken.
  • Asbest

    Het opstellen van een asbestinventaris ter bescherming van de werknemer

    Het opstellen van een inventaris van alles wat asbest bevat in een bedrijf is een cruciaal onderdeel van de bescherming van werknemers. Hoewel dit een wettelijke verplichting is, beschikt een belangrijk deel van de ondernemingen en instellingen nog steeds niet over een asbestinventaris.

Nieuws en evenementen

  • 12.10.2021

    Artikel van Eurofound over de uitdagingen van telewerk

    Een artikel van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) legt op basis van de resultaten van een...
  • 11.10.2021

    Op de blog: een dynamische houding is de sleutel tot een gezond bewegingsapparaat

    Beweging is essentieel om het bewegingsapparaat gezond te houden en hoe minder men beweegt, hoe groter de kans op gezondheidsproblemen. De nadelige...
  • 08.10.2021

    Rapport van Eurofound over het recht op deconnectie

    Het nieuwe rapport van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) evalueert de implementatie op de...