Resultaten blootstellingsonderzoek acrylonitril bij treinramp in Wetteren

Bij het treinongeval in Wetteren op 4 mei 2013 kwam er acrylonitril vrij. De resultaten van het epidemiologisch onderzoek bij omwonenden en hulpverleners waren geruststellend.

Inleiding

Op zaterdag 4 mei 2013 ontspoorde een goederentrein in Wetteren. Het toxische en brandbare acrylonitril (met nog enkele andere onaangename eigenschappen) kwam vrij uit 3 ketelwagens. Kort daarop volgde een brand.

Het noodplan werd afgekondigd. Er werd een perimeter afgekondigd. Meerdere dagen waren de diverse disciplines van de rampenplanning ter plaatse om de situatie onder controle te krijgen. Pas na enkele weken konden de laatste bewoners terug naar huis.

Tijdens en na de interventies zijn er op verschillende tijdstippen bloed- en urinestalen afgenomen van de bevolking en hulpverleners. Eén van deze bloedstalen was in het kader van een epidemiologische analyse. De resultaten van deze bloedstalen zijn niet alarmerend. Voor de bevolking werden de resultaten gepresenteerd op 31 augustus en voor de hulpverleners op 18 december 2013.

Nadien zijn er door diverse betrokken organisaties studiedagen gegeven om lessen uit dat ongeval te trekken.

De pers zelf heeft uitvoerig daarover bericht. Zie bijvoorbeeld de nieuwsberichten van TV Oost-Vlaanderen over de treinramp in Wetteren.

De gemeente Wetteren heeft de website ‘digitaal Wetteren’ opgericht waar de bewoners terecht konden met al hun vragen en informatie konden vinden.

Epidemiologische analyse door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV)

In de eerste weken van het incident werd bloed afgenomen bij de bevolking. Bij de professionele hulpverlening werd een langere periode voorzien voor de verzameling van de stalen.

Er werden bloed- en urinestalen gevraagd aan inwoners die in het ziekenhuis werden opgenomen na het ongeval, hulpverleners die actief waren op het terrein, inwoners uit de zone van 250 meter rond het ongeval en een representatief aantal geëvacueerde personen van buiten de zone van het ongeval. In totaal werd er bloed afgenomen van 243 bewoners en 1054 hulpverleners.

De bloedstalen werden onderzocht op de aanwezigheid van N-(2-cyanoethyl)valine of ‘CEV’. Dat is een zogenaamde ‘biomerker’ die specifiek bij afbraak van acrylonitril in het lichaam wordt gevormd en daarom toelaat de blootstelling te bepalen. In tegenstelling tot cyanide, dat kort na de blootstelling in het bloed te zien is, maar dan snel weer verdwijnt, bindt deze merker veel langer aan hemoglobine. Daardoor is hij tot 120 dagen na de blootstelling op te sporen.

De urinestalen werden gebruikt om de bloedresultaten te corrigeren voor rookgedrag. Acrylonitril komt voor in tabaksrook. Om rokers objectief te kunnen identificeren, werd de hoeveelheid cotinine, een afbraakproduct van nicotine, in het urinestaal bepaald. Op die manier konden vals positieve resultaten uitgesloten worden.

De experts verwachten niet dat de éénmalige blootstelling op lange termijn een effect op de gezondheid zal hebben. De betrokkenen hoeven zich dus niet ongerust te maken.

Op de website van het WIV krijgt u meer informatie over alle resultaten:

Ook andere actoren hebben hun leden geïnformeerd over de resultaten van de blootstelling, zoals de Brandweer Vereniging Vlaanderen (BVV): Volksgezondheid informeert hulpdiensten over Acrylonitril

In dit kader is het ook nuttig te vermelden dat er een biobank in opbouw is voor mogelijke biomonitoringscampagnes in Vlaanderen van het Steunpunt Milieu en Gezondheid, waarbij monsters van bloed, serum, plasma, urine en haar voor mogelijke toekomstige analyses zullen worden bewaard: De humane biobank, een investering in toekomstig onderzoek

Acrylonitril: gebruik en eigenschappen

Acrylonitril is een veel gebruikte chemische stof. Meer info daarover vindt u op de website van:

Het is één van de weinige stoffen die met de nieuwe CLP-verordening 1272/2008 met 5 pictogrammen is voorzien, nl. het pictogram voor brandbaar, toxisch, ecotoxisch, gezondheidsgevaar (nl. kankerverwekkend) en corrosief; meer informatie in de CLP-inventory database op de website van het Europees Agentschap voor chemische stoffen: Summary Of Classification and Labelling - acrylonitrile

Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg (Europees ADR verdrag) en per spoor (internationale RID reglementering) krijgt acrylonitril UN nr. 1093.

Over de toxicologische eigenschappen vindt u informatie op de websites van deze instituten:

Naar aanleiding van het ongeval heeft het Antigifcentrum een korte samenvatting over acrylonitril gepubliceerd: Acrylonitril

Ook op de website van het chemiebedrijf BASF kunt u over een 30-tal stoffen, waaronder acrylonitril, zeer interessante informatie vanuit een medisch oogpunt krijgen: Ein Beispiel von Responsible Care® in der BASF

De richtlijnen voor luchtkwaliteit van de WHO geven tevens nuttige informatie: Air quality guidelines - Chapter 5.1: Acrylonitrile (PDF)

Acrylonitril: codes van goede praktijk

De Europese raad voor de chemische industrie (CEFIC) stelt voor diverse chemische stoffen codes van goede praktijk op over het omgaan met deze stoffen in de volledige logistieke ketting. Voor acrylonitril is er ook deze code opgesteld: Guidelines for the distribution of Acrylonitrile (PDF)

Ook de ‘AN Group’, de Amerikaanse handelsvereniging voor veilige en verantwoordelijke productie en gebruik van acrylonitril, heeft een code van goede praktijk: Ascend Performance Materials - Acrylonitrile Group - Guideline for the Safe Handling and Distribution of Acrylonitrile (PDF)

Individuele producenten van acrylonitrile, zoals INEOS, stellen tevens codes van goede praktijk op: Acrylonitrile - Safe Storage and Handling Guide (PDF)

Blootstelling aan stoffen bij interventies

Bij hulpverlening kan men blootgesteld worden aan allerlei agentia. Het kan zowel gaan over direct contact met gevaarlijke stoffen als over indirect contact met afgeleide producten, reactie- of verbrandingsproducten.

Bij ongevallen is er zelden enkel vrijstelling van het product zelf. In vele gevallen breekt er ook een brand uit. In die gevallen moet men ook kijken naar de verbrandingsproducten. Het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft daarover dit onderzoek uitgevoerd: Verspreiding van stoffen bij branden: een verkennende studie (PDF). Ook Koen Desmet, officier van de brandweer van Antwerpen, heeft daarover een presentatie gegeven tijdens de netwerkdag van de Vakgroep ‘ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen’ (OGS): Ontwikkelingen op het gebied van rook bij brand (PDF)

Zowel in het binnen- als buitenland zijn er voorbeelden van rampen waarbij voor bepaalde betrokkenen vrij hoge blootstellingen zijn opgetreden aan afgeleide producten of verbrandingsproducten, zoals bij de Bijlmerramp in Amsterdam, de aanslagen van 9/11 op de WTC-torens in New York, enz. Dichter bij huis was er ook de Marly brand in Brussel van 10 december 2003. Een overzicht van interpellaties daarover vindt u op de PREVI website: De Kamer - Interpellaties en mondelingen vragen

Rond de blootstelling van de 9/11 aanslagen zijn al diverse studies verschenen. Ook kunt u veel informatie op internet krijgen met de kernwoorden “exposure”, “fire fighters” en “9/11”. Volgende artikels zijn nuttig in dit kader:

Regelgeving spoorvervoer en interventies

Het vervoer over het spoor is gebonden aan diverse Belgische en internationale regelgeving. Recent is trouwens ook de Spoorcodex gepubliceerd, maar die moet nog door een koninklijk besluit in werking worden gesteld. Lees hierover dit bericht op deze website van het Belgisch kenniscentrum over welzijn op het werk BeSWIC: Spoorcodex op de rails gezet

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is men onderhevig aan de internationale ‘RID’ reglementering.

Meer informatie over de internationale regelgeving op de website van het ‘Comité international des Transports par chemins de fer’ (CIT), het Internationaal comité voor het vervoer per spoorweg:

Binnen Europa is er ook een Europees Spooragentschap opgericht: European Railway Agency (ERA)

In Nederland is er een ‘Basisnet’ voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het ‘Basisnet’ geeft aan over welke routes gevaarlijke stoffen mogen worden vervoerd.

Als er transportongevallen gebeuren, zowel op de weg als op het spoor, zijn er afspraken gemaakt met de CEFIC die hun kennis ter beschikking stellen door middel van het ‘Intervention in Chemical Transport Emergencies’ (ICE) programma; meer info daarover op de website van CEFIC: Transport Emergency Scheme

Daarnaast zijn er van chemische stoffen ook ‘Emergency Response Intervention Cards’: ERICards

Guide 131’ van de ‘Emergency Response Guidebook’ geeft een overzicht van het brandbestrijdingsconcept voor toxische en brandbare vloeistoffen, zoals acrylonitril.

Voor België spelen BASF en Solvay een belangrijke rol in het ICE-programma, dat voor België specifiek Belintra heet. Voor de Sevesobedrijven en Belintra kan u informatie vinden op de Belgische Seveso website: Hulp bij ongevallen

Essenscia, de Belgische federatie van de chemische industrie en van life sciences, heeft naar aanleiding van het incident ook dit persbericht gelanceerd: Mededeling essenscia n.a.v. treinincident in Wetteren

Onderzoek ongevallen

Het ongeval in Wetteren zal worden onderzocht door het Onderzoeksorgaan voor Ongevallen en Incidenten op het Spoor (OOIS). Dat onafhankelijk orgaan werd opgericht om bij te dragen aan de veiligheid op het spoor. De belangrijkste opdracht van het Onderzoekorgaan bestaat erin een onderzoek in te stellen naar zogenaamde “ernstige” exploitatieongevallen die zich op het Belgische spoorwegnet voordoen. Op de website van Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer vindt u de lijst van geopende onderzoeken.

In 2002 is er in het Nederlandse Amersfoort ook een lekkage gebeurd van acrylonitril. Het eindrapport van het onderzoek hierover door de Raad voor de Transportveiligheid staat op de website van de Nederlandse Onderzoeksraad voor veiligheid: Lekkage acrylnitril - station Amersfoort - 20 augustus 2002 (PDF)

In hetzelfde jaar maar enkele maanden ervoor gebeurde er ook een treinongeval met dezelfde stof in Duitsland. Meer info: 18.02.2002 - Zugunglück im Osnabrücker Bahnhof

Nuttig om weten is dat er op Wikipedia een overzicht staat van de belangrijke spoorincidenten van 2010 tot 2014: List of rail accidents (2010–present)

Ook in de ‘FACTS chemical accident database’ vindt u een overzicht van ongevallen met acrylonitril: Chemical Accidents with Acrylonitrile (acn)

Onderzoek van de Hoge Gezondheidsraad (HGR)

De HGR heeft op vraag van Minister Onckelinckx begin mei 2013 een eerste onderzoek ingesteld. Meer informatie in deze brief van de HGR: Dringend advies ingevolge het treinongeval in Wetteren met betrekking tot blootstelling aan toxische stoffen (PDF)

In het verleden heeft ze ook voor de Marly brand enkele aanbeveling gedaan: advies betreffende het incident van de cokesfabriek Marly (PDF)

Verder onderzoek is lopende.

Regelgeving rampenplanning

In de regelgeving rond de rampenplanning worden er deze vijf disciplines onderscheiden:

  1. de hulpverleningsoperaties
  2. de geneeskundige, sanitaire en psychosociale hulpoperaties
  3. de politie van de plaats van de noodsituatie
  4. de logistieke steun
  5. informatie aan de bevolking en de media

De provinciale fase (voorheen fase 3 genoemd) is uitgeroepen door de gouverneur voor de treinramp in Wetteren.

Bij het bepalen van perimeters wordt in de Verenigde Staten gebruik gemaakt van Acute Exposure Guideline Levels (AEGLs)

Meer info over discipline 2 op de website van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (FOD VVVL): Crisisbeheer

Meer info over de civiele veiligheid (discipline 4) op de website van de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid:

Ook op de websites van de verschillende provincies staat er informatie over noodplanning:

Voor Sevesobedrijven is interne noodplanning ook een sluitstuk als er iets verkeerd mocht gaan. In dat kader heeft de Afdeling van het toezicht op de chemische bedrijven van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO) een uitgebreide vragenlijst opgesteld die is opgenomen in hoofdstuk 9 ‘Verificatielijst’ van de brochure Inspectie-instrument Noodplanning (PDF)

Verzekeringen

Bij dit soort ongevallen is er ook altijd een vrij aanzienlijke schade die van diverse aard kan zijn. Dan stelt zich ook altijd de vraag wie die schade zal betalen.

Naar aanleiding van dit ongeval heeft Assuralia dit persbericht daarover verspreid: Treinongeluk Wetteren: verzekeringen bieden bescherming

Ook op de website van de gemeente Wetteren konden de schadeleiders hierover meer informatie vinden: Schade?

Naar aanleiding van de gasontploffing van 30 juli 2004 in Gellingen is er uiteindelijk ook een wet gekomen die de schade uit dat soort technologische risico’s regelt. Een goed artikel daarover vindt u in de Gazet Van Antwerpen: Gellingenwet moet slachtoffers van rampen sneller vergoeden

Raadpleeg de tekst van die wet op de justel database met de geconsolideerde wetgeving: wet van 13 november 2011 betreffende de vergoeding van de lichamelijke en morele schade ingevolge een technologisch ongeval

De extra gemaakte kosten zijn ook al op de agenda gekomen bij enkele gemeentebesturen die hulpverleners hebben gestuurd. In een aantal gevallen heeft Infrabel de kosten terugbetaald, zonder dat dit als schuldbekentenis kan worden aanzien.

Deze berichten zijn daarover gepubliceerd:

Eerste commentaren van diverse betrokkenen in de hulpverlening

In de pers is over het treinongeval van Wetteren en de nasleep ervan uitvoerig bericht. Maar ook de diverse actoren hebben ieder voor hun specifiek domein en bevoegdheden uitvoerig gerapporteerd. Die communicatie was bedoeld voor hun interne medewerkers en om de toestand verder op te volgen. Hieronder een overzicht van bepaalde mededelingen van diverse betrokkenen:

Ook diverse internetfora becommentarieerden het incident. Voorbeelden zijn:

Op de website van Infrabel kunt u een versnelde film van de herstellingswerkzaamheden aan het spoor bekijken: Een video vat de herstellingswerken na de treinramp in Wetteren samen

Ook in de Franstalige pers en in het buitenland (o.a. in Nederland) werd het incident opgevolgd. Getuige hiervan enkele berichten:

Opleidingen interventies met gevaarlijke stoffen

Een eerste en correcte inschatting van hoe omgaan met gevaarlijke stoffen is essentieel bij noodsituaties. Hiervoor zijn er een paar jaar geleden adviseurs gevaarlijke stoffen (AGS) bij de hulpdiensten in het leven geroepen.

Meer info over opleidingen van AGS:

Ook bij het Brandweerinformatiecentrum Geel (BIG) kunt u veel informatie over gevaarlijke stoffen en noodplanning vinden. Meer informatie over hun caleidoscoop: Kaleidos Mobile: op tablet

Politieke discussie

Naar aanleiding van een ramp ontspint er zich meestal ook wat politieke discussie. In dit geval was dat niet anders. Zowel op provinciaal niveau als op federaal niveau werden er discussies aan gewijd en tevens op diverse politieke websites; hieronder een beperkt aantal documenten daarover:

Een nuttig opiniestuk verscheen in De Morgen: Wetteren en de frustratie van een wetenschapper

Diverse informatiesessies na het ongeval en preliminaire lessen

Door diverse actoren zijn er nadien studiedagen hierover gegeven; hieronder een niet limitatief overzicht: